Markus – Hoofdstuk 4 en 5

Hoofdstuk 4

Jezus spreekt de mensen toe vanuit een boot in verband met de drukte. Hij vertelt gelijkenissen om uit te leggen wat het koninkrijk van God betekent. Over een zaaier die zijn zaad op verschillende terreinen zaait. Tussen distels, op rotsgrond en op goede grond. Het zaad dat op de goede grond was gezaaid droeg vrucht. Hij legde de mensen niet uit wat hij hiermee bedoelt, dit doet hij alleen aan de discipelen. De beeldspraak van het zaad staat voor het woord dat gezaaid wordt. Bij de ene persoon neemt Satan deze weg en bij een volgende kan het woord maar ​heel even ontkiemen, bij een andere valt dit in goede aarde en levert het 30-voudig, 60-voudig of honderdvoudig vrucht op.

Jezus vertelt ook andere gelijkenissen, dat net zoals je een lamp niet verbergt maar juist laat zien, of de maat waarmee jij meet zal jou de maat genomen worden. Het koninkrijk van God lijkt op iemand die zaait maar niet weet hoe het ontkiemingsproces werkt, of hoe een klein zaadje een enorme boom kan worden.

’s avonds varen ze met boten het meer over waarbij een storm opsteekt. Jezus ligt te slapen. Ze maken Jezus wakker omdat ze bang zijn om te vergaan. Jezus stilt de storm en vraagt hen waarom ze Hem niet geloven. De discipelen zijn erg verbaasd over Zijn macht.

Hoofdstuk 5

Aan de overkant van het meer komt een man op hen af die bezeten is van een onreine geest. Hij zwerft rond al schreeuwend over de rots graven, hij is erg sterk. Jezus vraagt de onreine geest uit de man te gaan. De geest herkent Jezus en vraagt wat hij met hem te maken heeft. Jezus vraagt zijn naam, dat is ‘Legioen’, naar het aantal geesten in hem. De geesten smeken Jezus om hen niet ver weg te sturen, maar in een kudde varkens te laten intrekken. Dat mag, en de varkens stormen van de helling af en verdrinken in het meer.

De varkenshoeders hebben alles gezien en rennen naar de plaatsen in de omgeving en vertellen wat er gebeurt was. De mensen komen kijken en vinden de man bij Jezus, rustig en gekleed. De dorpelingen worden zo bang, dat ze Jezus erop aandringen het gebied te verlaten.

De man wil erg graag mee met Jezus, maar dat mag niet. Jezus draagt hem op naar zijn eigen mensen te gaan en te vertellen wat hij voor hem heeft gedaan.

Ze steken het meer weer over en er verzamelde een boel mensen bij Jezus. Een leider van de synagoge komt naar hem toe en valt aan Jezus’ voeten. Hij smeekt of hij zijn dochter, die op sterven ligt, wild genezen. Jezus en de mensenmassa lopen naar zijn huis. Ondertussen raakt een vrouw de kleding van Jezus aan, omdat ze gelooft dat dat haar ziekte kan genezen en dit gebeurt. Jezus merkt dit en vraagt wie zijn kleding heeft aangeraakt. De vrouw zegt angstig dat zij dat is geweest. Jezus prijst haar geloof. Tegelijkertijd kwamen er mensen aan die vertellen dat de dochter van de man al was overleden. Jezus moedigt de man aan te blijven geloven. Bij zijn huis wordt er gehuild. Jezus vertelt de familie dat het kind niet gestorven is, maar dat het slaapt. De mensen zijn nogal verontwaardigd hierover. Jezus gaat naar binnen en is samen met de ouders bij de dochter. Hij pakt de hand van het kind vast en zegt dat ze moet opstaan. Dit gebeurt en iedereen is zeer verbaasd, maar Jezus zegt dat ze er niet over mogen spreken.